Over het patroon dat kwaliteit gebruikt als bescherming tegen oordeel
Ik was zelf een Perfectionist. Ik dacht dat het een eigenschap was. Totdat ik zag wat ik er nooit mee had gedaan omdat het nog niet goed genoeg was.
Je kent dat project dat al maanden klaarligt. Dat gesprek dat je nog even uitstelt omdat het niet het juiste moment is. Die stap die je wilt zetten maar pas wilt zetten als je er zeker van bent dat hij goed uitpakt.
Jij noemt het hoge standaarden. En dat klopt ook. Maar er is iets anders wat er tegelijk speelt. Iets wat je minder snel benoemt.
De Perfectionist wordt vaak beschreven als iemand met kwaliteitsgevoel. En dat is waar. Maar het kwaliteitsgevoel is niet de motor van het patroon. De motor is iets anders: de angst om beoordeeld te worden op iets wat nog niet af is.
Zolang iets niet klaar is, kun je er niet op worden afgerekend. Zolang je het niet hebt ingediend, ingestuurd, uitgesproken of gedaan, behoudt het zijn mogelijkheden. Het kan nog goed worden. Het kan nog perfect worden. En zolang dat kan, hoef jij je niet bloot te geven.
De Perfectionist levert zichtbaar uitstekend werk. Wat niet zichtbaar is, zijn alle dingen die er nooit van zijn gekomen. Het boek dat niet is geschreven. Het bedrijf dat niet is gestart. Het gesprek dat niet is gevoerd. De relatie die niet is aangegaan omdat het moment nooit goed genoeg leek.
De wereld beoordeelt je op wat je doet. Maar jij weet ook wat je niet hebt gedaan. En op die balans staat een rekening die je zelden hardop benoemt.
Het slimme van perfectionisme is dat het zichzelf voortdurend rechtvaardigt. Want soms heeft uitstel inderdaad tot iets beters geleid. Soms was wachten de juiste keuze. Dat maakt het patroon moeilijk te zien, want het heeft bewijsmateriaal.
Maar als je eerlijk kijkt, zie je ook het andere bewijsmateriaal. De momenten dat je wist dat het goed genoeg was maar toch bleef schaven. De momenten dat je een drempel aanvoelde die niets met kwaliteit te maken had. Dat het gevoel niet was: dit moet beter. Maar: ik wil niet kwetsbaar zijn.
De Perfectionist is loyaal aan een beeld. Een beeld van zichzelf als iemand die het goed doet. Iemand die niet faalt. Iemand die niet wordt afgewezen. En dat beeld beschermen is zo belangrijk geworden dat het belangrijker is dan bewegen.
Dat is de eerlijke kern. Niet dat je hoge standaarden hebt. Maar dat je het risico van het tonen van jezelf groter vindt dan de prijs van stilstand.
Op het moment dat je dat werkelijk ziet, echt voelt en niet alleen intellectueel benoemd, verandert de vraag. Niet: hoe maak ik het beter? Maar: waarvoor bescherm ik mezelf eigenlijk?
Niet: wanneer is het goed genoeg? Maar: wat gebeurt er als ik mezelf laat zien zoals ik nu ben? En wat zegt het over mij dat ik dat al zo lang heb uitgesteld?
Je hebt niet meer kwaliteit nodig. Je hebt de bereidheid nodig om iets te doen terwijl je je nog kwetsbaar voelt. Dat is iets anders. En dat is precies wat het patroon je al die tijd heeft onthouden.
Het probleem is niet dat het nog niet goed genoeg is. Het probleem is wat je allemaal niet hebt gedaan omdat het nog niet goed genoeg was.
Wat is het verschil tussen perfectionisme en hoge standaarden? Hoge standaarden richten zich op de kwaliteit van het werk. Perfectionisme richt zich op het vermijden van kwetsbaarheid. Het verschil zit in de motivatie, niet in het gedrag.
Hoe herken ik perfectionisme bij mezelf? Je herkent het aan uitgestelde projecten, aan het gevoel dat iets nog niet goed genoeg is om te laten zien, en aan de energie die je kwijtraakt aan schaven in plaats van doen.
12 vragen. 4 minuten. Je ontdekt welk vastlooppatroon jou tegenhoudt. Gratis, geen account vereist.
Jasper Scholten is facilitator en auteur. Hij faciliteert The Shift dagprogramma bij Avalon in Schoorl en schreef Je zit niet vast. Hij werkte voor NPO, Rituals, ABN AMRO en 75+ andere organisaties.